Middelbareschoolleerlingen lopen stage

Aijda en Cynthia, twee jongeren van het Nova College, doen bij de Diaconie hun maatschappelijke stage. Ze interviewen verschillende ouderen over hun jeugd in Amsterdam, over hoe zij de oorlog hebben beleefd en op welke manier ze bij de Diaconie betrokken zijn.

Aijda en Cynthia interviewen mw. Diny Vermeulen
Aijda en Cynthia van het Nova College interviewen
mw. Diny Vermeulen. Foto: Sofia Nap.

De jongeren hebben zelf de interviewvragen gemaakt. Op deze manier maken ze vanuit hun eigen interesse kennis met mensen die ongeveer 60 jaar geleden net zo oud waren als de leerlingen nu zijn. Tijdens de gesprekken ontstaan er mooie ontmoetingen tussen deze twee generaties.

Als de interviews achter de rug zijn, organiseren we een bijeenkomst met alle geïnterviewden, waarbij de leerlingen presenteren wat ze gehoord en beleefd hebben.

Eerder al deed Mischa Tensen deze stage bij de Diaconie. Ook hij bezocht onder andere mevrouw Vermeulen, die als kind in het luthers Weeshuis woonde. Hij vroeg haar over het leven daar. Hieronder doet Mischa verslag van hun gesprek.

'Mevrouw Vermeulen was in het Evangelisch-Luthers Weeshuis van 1938 tot 1947. Het jaar dat ze daar aankwam werden de kinderen onder de 12 jaar niet meer in pleeggezinnen geplaatst, maar in de bovenste etage die er was bijgekomen. Ze heeft  ook als een soort ontgroening de zwaan  op het dak van het Weeshuis kunnen aanraken. Deze zwaan staat nu in de etalage van de Diaconie aan de Maasstraat. Ze moest in het begin nog voor iets minder dan een jaar een uniform dragen en daarna kregen ze burgerkleding, wat de kinderen niet zo leuk vonden, omdat de burgerkleding stijf en niet flatteus was. Ze heeft drie directrices meegemaakt; bij de tweede mochten de jongens en de meisjes al wel met elkaar praten en bij de derde deden ze al wel alles samen, alleen waren de slaapzalen nog apart. Met de anderen moesten ze voor schooltijd altijd nog schoonmaken; het trappenhuis en andere dingen. Ze moesten naar een lutherse school. Dat was dus iedere dag 4 keer heen en weer. Dus leerden ze daar wel lopen. Dat was op de lagere school wel onder begeleiding. Alles wat nodig was in het huis kwam van lutherse leveranciers (o.a een lutherse bakker). Op zondag ging ze naar de kerk op het Spui, daar waren banken gereserveerd voor de wezen. Als het daar niet kon, gingen ze naar een andere kerk, dat was een zaaltje, dat ingericht was als kerk en dat was een heel stuk lopen. Het was een rijk Weeshuis, want ze mocht er leren, cursussen doen en ook nog een muziekinstrument leren bespelen. In de oorlog hadden ze minder eten dan normaal, maar wel meer dan de "gewone" bevolking. Toen ze 20 jaar was werd ze ontslagen uit het Weeshuis. Dan kreeg je een uitzet van kleding mee en het spaargeld, wat je gespaard had tijdens je tijd in  het  Weeshuis, en je persoonlijke bezittingen.

Het ontslag uit het Weeshuis was erg officieel. Na een jaar werd ze nog even teruggeroepen om te horen, hoe ze het dat jaar gedaan had. Toen kreeg ze nog een tweede  uitzet  in geld. Je kon dan voor jezelf zorgen.'

Mischa Tensen.